|
Geachte dagboeklezers en lezeressen,
Op 11 maart 2006, nadat ik met een grote hoeveelheid voorkeursstemmen in de gemeenteraad van Maasdriel was verkozen, heb ik al mijn kiezers beloofd een dagboek te zullen bijhouden. Een internetdagboek. Ik zou dat gedurende mijn hele raadsperiode doen. Vier jaar lang. Achterliggende gedachte was dat ik iedereen toegang wilde geven tot mijn dagelijkse leventje, mijn gedachten, mijn gevoelens, mijn ergernissen, frustraties, de dingen waarvan ik geniet en waarmee ik plezier heb. Kortom ik wilde vier jaar lang voor mijn kiezers, mijn vrienden en kennissen, een open boek zijn. Nu bijna vier jaar verder en in totaal meer dan 2500 pagina's "open boek" te zijn geweest vind ik het welletjes. Wie mij nu nog niet kent zal mij ook nooit leren kennen. Bovendien is het eind van de raadsperiode in zicht en ben ik mij aan het warm lopen voor een nieuwe periode. Dat verlangt het afsluiten van een bijzonder roerige periode, waarin mijn dagboek bepaald een grote rol heeft gespeeld. Gaandeweg de rit kreeg mijn dagboek steeds meer het karakter van dagelijkse columns, verhalen over gebeurtenissen waarin niet zelden naast mijzelf ook andere mensen, dorpsgenoten, vrienden, en collega politici figureerden. Soms werden de verhalen wat aangedikt of met een knipoog het internet opgegooid, meestal zonder ze nog eens grondig terug te lezen. Ik schreef mijn dagboekfragmenten recht uit mijn hart. Als ik boos was of een rotdag achter de rug had of als ik mij ergens stuk over geërgerd had schreef ik dat achterelkaar op, zonder tussenkomst van mijn vaak zo kritische ratio. Deze manier van schrijven heeft een aantal keren tot grote commotie geleid. Ik herinner mij nog goed het gedoe van burgemeester Moree, die met zijn veroordeling van mijn dagboek ongewild het aantal lezers ervan met één klap wist te verdubbelen. Ook burgemeester Boerma moest het ontgelden, niet in de laatste plaats door haar eigen onhandig kopieergedrag. Door daarover te schrijven in een stijl die men niet van “geachte raadsleden” verwacht kreeg mijn dagboek veel media aandacht. En ook Boerma wist het aantal lezers weer te verhogen. Gemiddeld komen er per maand zo’n 1500 unieke bezoekers op mijn site om kennis te nemen van mijn dagboekaantekeningen. Daar zitten zelfs bezoekers bij uit Amerika, Nieuw Zeeland en Australië. Met mijn eerste weblogs meegerekend is mijn dagboek, gedurende de bijna vier jaar, in totaal meer dan 100.000 keer gelezen. Ik ben daar heel blij mee. Ik heb ik de loop der tijd veel warme en positieve reacties gekregen. De meeste reacties kwamen via mail tot mij. Een relatief gering aantal werd door degene die reageerde ook zelf onder mijn dagboekfragment op internet gezet. Er zijn periodes geweest dat ik bijna nergens meer kon komen als ik niet eerst beloofde niets, maar dan ook niets te zullen publiceren in mijn dagboek. Ik kreeg dan pas na het opsteken van twee vingers het verhaal te horen. En niet zelden heb ik mijn vingers, die soms geheel zelfstandig het toetsenbord schenen te beroeren moeten toespreken hetgeen ik gehoord had niet op te schrijven. En ondanks de vele “hits” heeft mijn dagboek maar een beperkt aantal mensen bereikt. In de loop der jaren heeft zich bij mij de indruk postgevat dat er aanzienlijk meer over mijn dagboek werd gesproken dan dat het ook daadwerkelijk werd gelezen. Nogal wat mensen vonden iets van mijn dagboek omdat ze er iets over hadden gehoord en niet omdat ze het hadden gelezen. Gisteren nog hoorde ik van iemand dat mevrouw A. mijn hele dagboek helemaal niks vond, alleen maar negatief geschrijf over mensen. Mevrouw A. bleek bij navraag nooit ook maar één letter van mijn dagboek te hebben gelezen. Van de andere kant weet ik dat ik met mijn dagboek ook een aardig aantal mensen veel plezier heb bezorgd. Ik ken mensen die als één van de eerste dingen ’s morgens na het opstaan deden, mijn dagboek lezen. Er is in beperkte kring weliswaar een werkwoord naar mij genoemd: “sipsen”, hetgeen zoveel betekent als het dagelijks lezen van mijn dagboek. Maar het is allemaal genoeg geweest. Het dagboek gaat dicht. Het heeft zijn functie gehad. Ik stap met een schone lei, niet langer achterom kijkend, een geheel nieuwe periode in. Ik dank mijn trouwe lezers, ik dank de media, die zoveel aandacht aan het fenomeen dagboek van Cees Sips hebben besteed. Bovenal echter dank ik al die mensen, die zich geheel door hun eigen toedoen een plaatsje in mijn dagboek hebben weten te verwerven. Zonder hen zou mijn dagboek nooit geschreven zijn……
|